bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Isaiah 29
Isaiah 29
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 28
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 30 →
1
"Wee, Vuurhaard, Vuurhaard, de stad waar David gelegerd was! Laat zij maar jaar op jaar de feestoffers slachten,
2
maar Ik zal Vuurhaard in het nauw drijven, zodat er rouw en verdriet zal zijn. De stad zal voor Mij een vuurhaard zijn.
3
Ik zal je rondom belegeren, Ik zal schansen om je heen plaatsen, Ik zal belegeringswallen rondom je opwerpen.
4
Dan zul je vernederd worden, je stem zal uit de aarde komen, gedempt klinken je woorden uit het stof. Je stem zal uit de aarde komen als de opgeroepen geest van een dode: er klinken wat piepende woorden uit het stof.
5
Maar plotseling, in één ogenblik, zal de menigte vreemdelingen als fijn stof worden, de onderdrukkers worden als kaf in de wind.
6
De Heer*** van de hemellegers zal naar je toe komen met donder, aardschokken, gedreun, hevige storm, bliksem en vernietigend vuur.
7
Als een droom in de nacht zal de menigte volken die tegen Vuurhaard strijdt verdwijnen, ja, allen die tegen de stad en haar vestingen strijden en haar in het nauw drijven.
8
Zoals iemand die honger heeft droomt dat hij eet maar bij het ontwaken nog net zo hongerig is, en zoals iemand die dorstig is droomt dat hij drinkt maar bij het ontwaken nog net zo uitgeput en dorstig is, zo zal het de menigte van volken vergaan die tegen de berg Sion strijden."
9
"Jullie aarzelen. Verwonder je maar. Jullie maken je vrolijk. Joel maar. Jullie zijn dronken, maar niet van wijn. Jullie wankelen, maar niet van de drank.
10
Nee, de Heer*** heeft een geest van diepe slaap over jullie uitgestort. Hij heeft jullie ogen, de profeten, bedekt. En jullie hoofd, de zieners, heeft Hij blind gemaakt.
11
Daardoor zijn alle visioenen voor jullie als de woorden in een verzegeld boek, dat men geeft aan iemand die lezen kan, met de opdracht: 'Lees dit.' Maar hij zal antwoorden: 'Dat kan ik niet, want het is verzegeld.'
12
Of men geeft het boek aan iemand die niet kan lezen en zegt: 'Lees dit.' Maar hij zal antwoorden: 'Ik kan niet lezen.'
13
De Heer*** heeft gezegd: Dit volk nadert Mij met zijn mond, de mensen eren Mij met hun lippen, maar hun hart is ver bij Mij vandaan. Hun ontzag voor Mij bestaat uit menselijke voorschriften die hun geleerd zijn.
14
Zie, daarom zal Ik voortaan wonderlijke dingen doen met dit volk, wonderlijke en verbazingwekkende daden. De wijsheid van wijzen zal tekortschieten, degenen die inzicht hebben zal het aan inzicht ontbreken.
15
Wee degenen die hun plannen en bedoelingen voor de Heer*** willen verbergen, die alles in het duister doen en zeggen: 'Wie ziet ons? Wie weet wat wij doen?'
16
Jullie keren de zaak om. Jullie doen alsof de pottenbakker de klei is. Alsof het maaksel van zijn maker kan zeggen: 'Hij heeft mij niet gemaakt.' Alsof een aardewerk voorwerp over de pottenbakker kan zeggen: 'Hij heeft er geen verstand van.' "
17
"Nog maar een korte tijd en dan zal de Libanon veranderen in vruchtbaar land, en het vruchtbare land zal als een woud worden.
18
In die tijd zullen de doven horen wat er in het Boek staat en de ogen van de blinden, verlost van donkerheid en duisternis, zullen zien.
19
De onderdrukten zullen vreugde op vreugde hebben in de Heer***, de armen onder de mensen zullen juichen over de Heilige van Israël.
20
Dan zal het gedaan zijn met de onderdrukker, het is afgelopen met de spotter. Allen die uitsluitend op kwaad uit zijn, zullen zijn omgebracht,
21
allen die met een woord een [onschuldig] mens schuldig verklaren, een valstrik opzetten voor wie in de poort voor het recht opkomen en een onschuldige zijn recht ontnemen.
22
Daarom zegt de Heer***, de Redder van Abraham, tegen het huis van Jakob: 'Jakob zal niet langer beschaamd staan en zijn gezicht zal niet meer verbleken.
23
Want wanneer hij en zijn nageslacht zien wat mijn handen onder hen bewerken, zullen ze mijn naam eren. Ze zullen de Heilige van Jakob eren en ontzag hebben voor de God van Israël.
24
Wie een dwalende geest hadden, zullen tot inzicht komen, en wie opstandig klaagden, zullen het onderricht aannemen.' "
← Chapter 28
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 30 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66