bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Isaiah 42
Isaiah 42
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 41
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 43 →
1
"Zie, mijn Dienaar, die Ik ondersteun, die Ik heb uitgekozen en die Mij vreugde geeft. Ik heb mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal recht brengen voor de volken.
2
Hij zal niet schreeuwen, zijn stem niet verheffen, Hij zal Zich op straat niet laten horen.
3
Een geknakte rietstengel breekt Hij niet af en een walmende olielamp dooft Hij niet uit. Vol waarheid zal Hij het recht vestigen.
4
Hij zal niet uitgedoofd worden en Hij zal niet gebroken worden tot Hij op aarde het recht gevestigd heeft. En de kustlanden zullen naar zijn onderricht uitzien.
5
Dit zegt de Heer*** God, die de hemel heeft geschapen en hem over de aarde uitgespannen heeft, die de aarde heeft uitgespreid met alles wat zij voortbrengt, die het volk dat daarop woont de adem geeft en een geest aan wie op de aarde wandelen:
6
Ik, de Heer***, heb Jou geroepen in gerechtigheid. Ik zal Je bij de hand nemen, Ik zal Je beschermen en Ik zal door Jou een verbond sluiten met het volk. Ik maak Je tot een licht voor de volken,
7
om blinde ogen te openen, gevangenen uit de kerker te leiden en te bevrijden wie gevangenzitten in het duister.
8
Ik ben de Heer***, dat is mijn naam, en Ik zal de eer die Mij toekomt aan niemand afstaan, mijn roem niet afstaan aan de godenbeelden.
9
Zie, wat was voorzegd, is gekomen, en nu kondig Ik nieuwe dingen aan. Nog voordat ze uitspruiten laat Ik ze jullie weten."
10
"Zing voor de Heer*** een nieuw lied, bejubel Hem tot aan de einden der aarde: wie de zeeën bevaren, alles wat leeft in de zee, de kustlanden met al hun bewoners.
11
Laat de woestijn met haar steden juichen, de dorpen waar Kedar woont. Laat iedereen die in de bergen woont jubelen, het uitjubelen vanaf de bergtoppen!
12
Laten ze de Heer*** alle eer geven, Hem in de kustlanden bejubelen!
13
De Heer*** zal uittrekken als een krijgsheld. Als een krijgsman wakkert Hij zijn krijgslust aan. Hij zal juichen, ja, Hij zal zijn strijdkreet laten klinken. Hij zal zijn vijanden overweldigen.
14
Ik heb lange tijd gezwegen, Ik heb Mij stilgehouden, Ik heb Mij ingehouden. Maar nu zal Ik het uitschreeuwen als een vrouw tijdens het baren. Ik zal verwoesten en verslinden.
15
Ik zal bergen en heuvels verwoesten en er al het gras laten verdorren. Ik zal rivieren veranderen in land en plassen laten opdrogen.
16
En Ik zal de blinden leiden op een weg die ze niet kenden. Ik zal hen doen gaan over paden die hun onbekend waren. De duisternis vóór hen zal Ik veranderen in licht en Ik zal de weg voor hen banen. Deze dingen zal Ik voor hen doen en Ik zal hen niet verlaten!
17
Maar wie op godenbeelden vertrouwen, wie tegen afgodsbeelden zeggen: 'Jullie zijn onze goden,' zullen bedrogen uitkomen en te schande komen te staan.
18
Luister, doven! En kijk, blinden, zie toch!
19
Wie is zo blind als mijn dienaar, zo doof als Israël, de bode die Ik zend? Wie is zo blind als hij die met Mij een verbond heeft, zo blind als de dienaar van de Heer***?
20
Je hebt wel veel gezien, maar je schenkt er geen aandacht aan. Je hebt wel open oren, maar je luistert niet."
21
"Omwille van zijn gerechtigheid besloot de Heer*** de grootheid en luister van zijn Wet te tonen.
22
Maar nu is dit volk beroofd en geplunderd, de mensen zitten gevangen in holen en kerkers. Ze werden geroofd en niemand redt hen. Ze werden buitgemaakt en niemand zegt: 'Geef terug.'
23
Wie van jullie neemt dit ter harte, wie schenkt hier aandacht aan en begrijpt wat er hierna komt?
24
Wie heeft Jakob als buit meegegeven, Israël overgeleverd aan rovers? Is het niet de Heer***, Hij tegen wie wij hebben gezondigd? Want ze wilden zijn wegen niet bewandelen, ze luisterden niet naar zijn Wet.
25
Daarom heeft Hij zijn hevige toorn over hen uitgestort en hen met oorlogsgeweld getroffen. Hij heeft hen rondom in brand gezet, maar ze schenken er geen aandacht aan. Hij heeft hen in brand gestoken, maar ze nemen het niet ter harte."
← Chapter 41
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 43 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66