bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Isaiah 50
Isaiah 50
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 49
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 51 →
1
"Dit zegt de Heer***: Waar is de verklaring van echtscheiding waarmee Ik jullie moeder heb weggezonden? Of wie is de schuldeiser aan wie Ik jullie heb verkocht? Nee, zie, vanwege jullie zonden zijn jullie verkocht en vanwege jullie wandaden is jullie moeder weggezonden.
2
Waarom was er niemand toen Ik kwam? Waarom gaf niemand antwoord toen Ik riep? Is mijn arm soms te kort om te bevrijden? Heb Ik niet genoeg kracht om te redden? Zie, met slechts een dreigend woord leg Ik de zee droog en verander Ik rivieren in een woestijn, zodat de vissen stinken door gebrek aan water en sterven van de dorst.
3
Ik bekleed de hemel met duisternis, bedek hem met een rouwkleed."
4
"De Heer Heer*** heeft mijn tong wijsheid geleerd, opdat ik moedelozen met het juiste woord bemoedigen kan. Elke morgen wekt Hij mij, wekt Hij mijn oren, opdat ik als een leerling luisteren zal.
5
De Heer Heer*** heeft mijn oren geopend, en ik verzet mij niet, ik loop niet weg.
6
Ik geef mijn rug aan wie mij slaan, mijn wangen aan hen die mijn baard uittrekken. Ik verberg mijn gezicht niet voor spot en speeksel.
7
Want de Heer Heer*** helpt mij, daarom sta ik niet te schande en blijft mijn gezicht zo onbewogen als steen, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan.
8
Hij die mij onschuldig verklaart is dicht bij mij. Wie zal mij dan beschuldigen? Laten we samen een rechtsgeding voeren. Wie beschuldigt mij? Laat hij naar voren komen!
9
Zie, de Heer Heer*** helpt mij. Wie zal mij dan veroordelen? Zie, ze zullen allemaal uiteenvallen als een versleten kledingstuk, als een mantel die is aangevreten door de motten.
10
Wie van jullie heeft ontzag voor de Heer***, wie luistert naar de stem van zijn dienaar? Wanneer hij in de duisternis wandelt zonder enig licht, laat hij dan vertrouwen op de naam van de Heer*** en steunen op zijn God.
11
Zie, ieder van jullie die een vuur aansteekt en zich omringt met brandende spaanders, komt in de vlammen terecht van het vuur dat hij aanstak, in het vuur van de spaanders die hij aangestoken heeft. Mijn hand bewerkt dat bij jullie. In vreselijke pijnen zullen jullie neervallen."
← Chapter 49
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 51 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66