bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Isaiah 6
Isaiah 6
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 7 →
1
In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer***, gezeten op een hoogverheven troon. De zomen van zijn gewaad vulden de tempel.
2
De serafs stonden boven Hem. Ieder van hen had zes vleugels: met twee bedekten ze hun gezicht, met twee bedekten ze hun voeten en met twee vlogen ze.
3
En ze riepen elkaar toe: "Heilig! Heilig! Heilig is de Heer*** van de hemellegers! De hele aarde is vol van zijn heerlijkheid!"
4
De deurposten beefden van het luide geroep en rook vulde het hele huis.
5
Toen riep ik uit: "Wee mij, ik ben verloren! Want ik ben een mens met onreine lippen en leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft, en nu hebben mijn ogen de Koning gezien, de Heer*** van de hemellegers!"
6
Maar een van de serafs vloog naar mij toe, met in zijn hand een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar had genomen.
7
Hij raakte daarmee mijn mond aan en zei: "Zie, nu deze kool je lippen heeft aangeraakt, is je slechtheid weggedaan en je zonde verzoend."
8
Daarna hoorde ik de stem van de Heer zeggen: "Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan?" Ik antwoordde: "Zie, hier ben ik, zend mij."
9
Daarop zei Hij: "Ga en zeg tegen dit volk: 'Luister goed, maar begrijp het niet. Kijk goed, maar zie het niet.'
10
Maak het hart van dit volk vet, maak hun oren doof en doe hun ogen dicht, opdat ze niets zien met hun ogen, niets horen met hun oren, niets begrijpen met hun hart, opdat zij zich niet bekeren en niet genezen worden."
11
Ik vroeg: "Voor hoelang, Heer***?" Hij antwoordde: "Tot de steden verwoest en ontvolkt zijn, alle huizen vernield zijn en leegstaan en het hele land volledig is verwoest.
12
Want de Heer*** zal die mensen ver wegdrijven en het land zal bijna geheel verlaten zijn.
13
Toch zal een tiende deel van het volk daarin overblijven, maar ook dat zal worden verdelgd. Echter, zoals van een eik of haageik die is omgekapt, de stronk overblijft, zo zal hun stronk het heilige zaad zijn."
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 7 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66