bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Genesis 13
Genesis 13
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 14 →
1
Zo verlieten zij Egypte en trokken weer noordwaarts naar de Negeb: Abram, zijn vrouw, Lot en alles wat zij bezaten.
2
Abram had veel vee, zilver en goud.
3
Zij trokken net zo lang in noordelijke richting tot ze bij hun oude kamp tussen Bethel en Ai kwamen.
4
Het altaar, dat Abram daar had gebouwd, stond er nog en opnieuw aanbad Abram daar de naam van de HERE.
5
Lot had net als Abram veel vee en tenten voor zichzelf en zijn dienaren.
6
Daarom konden zij niet bij elkaar blijven, want het land was niet groot genoeg voor al hun vee.
7
De herders van Abram en Lot kregen zelfs onderling ruzie, wat gevaarlijk was vanwege de vijandige Kanaänieten en Ferezieten, die daar woonden.
8
Abram besprak het probleem met Lot. "Het is niet goed dat wij ruzie maken en dat onze herders met elkaar overhoop liggen", meende hij. "Wij zijn tenslotte familie!
9
Laten we daarom uit elkaar gaan, er is hier plaats genoeg. Als jij een stuk grond in het oosten kiest, ga ik naar het westen. Als jij een plaats in het westen kiest, ga ik naar het oosten."
10
Lot keek goed om zich heen en zag het vruchtbare gebied langs de rivier de Jordaan, met overal genoeg water (dit was voordat de HERE Sodom en Gomorra vernietigde). Tot Zoar toe leek het wel op de hof van Eden of het land Egypte.
11
Daarom koos Lot voor de Jordaanstreek in het oosten en trok er met zijn vee en zijn dienaren heen. Hij en Abram gingen uit elkaar.
12
Abram bleef in Kanaän en Lot vestigde zich in de steden van de Jordaanstreek tot bij de stad Sodom.
13
Maar de inwoners van dit gebied waren erg slecht en zondigden tegen de HERE.
14
Nadat Lot was vertrokken, zei de HERE tegen Abram: "Kijk zo ver u kunt naar alle kanten, want dit land zal Ik u en uw nakomelingen geven.
16
Ik zal u zoveel nakomelingen geven dat ze, net als het stof van de aarde, niet kunnen worden geteld!
17
Doorkruis dit land in alle richtingen, dan zult u zien wat Ik u allemaal ga geven."
18
Abram sloeg zijn kamp op bij de eikenbossen van Mamre, in de buurt van Hebron en bouwde daar een altaar voor de HERE.
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 14 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50