bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Genesis 34
Genesis 34
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 33
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 35 →
1
Op een dag verliet Lea's dochter Dina het kamp om haar vriendinnen te bezoeken.
2
Toen zag Sichem (de zoon van de Hevitische koning Hemor) haar, nam haar mee en verkrachtte haar.
3
Hij werd hals-over-kop verliefd op Dina en probeerde haar voor zich te winnen.
4
Hij sprak er met zijn vader over. "Zorg dat ik dat meisje krijg", zei hij, "want ik wil met haar trouwen."
5
Jakob hoorde al snel wat er was gebeurd, maar zijn zonen waren met het vee op het land, dus wachtte hij tot zij terug waren.
6
Koning Hemor kwam naar het kamp om met Jakob te praten. Tegelijk met hem kwamen Jakobs zonen terug, geschokt en boos over de belediging, die hun via hun zuster was aangedaan.
8
Hemor zei tegen Jakob: "Mijn zoon Sichem houdt echt van uw dochter en wil haar als zijn vrouw. Laat hem alstublieft met haar trouwen.
9
Wij willen graag dat u en uw mensen bij ons blijven wonen. Dan kunnen uw dochters met onze jonge mannen en onze dochters met uw jonge mannen trouwen. U kunt wonen waar u wilt en uw eigen leven leiden en rijk worden!"
11
Toen richtte Sichem zich tot Dina's vader en broers. "Wees zo vriendelijk mij Dina als vrouw te geven", smeekte hij. "Ik zal u alles geven wat u vraagt.
12
Ongeacht welke bruidsschat of welk geschenk u vraagt, ik zal het betalen. Geeft u mij alstublieft het meisje als vrouw."
13
Toen logen haar broers tegen Sichem en Hemor, vanwege de schande die Sichem hun zuster had bezorgd.
14
"Dat kunnen wij niet doen", zeiden ze, "want u bent niet besneden. Het zou een schande voor haar zijn met zo'n man te trouwen.
15
De enige mogelijkheid is dat alle mannen uit uw stad zich laten besnijden.
16
Dan kunnen wij onderling huwelijken sluiten en hier wonen. Zo kunnen wij één volk worden.
17
Als dat niet kan, vertrekken wij en nemen haar mee."
18
Hemor en Sichem stemden blij toe en maakten er snel werk van. Sichem was helemaal weg van Dina en dacht dat de mannen van de stad zich wel met het idee van een besnijdenis konden verzoenen, want hij was een geacht en populair man.
20
Zo legden Hemor en Sichem het plan voor aan de mannen van de stad.
21
"Die mannen zijn onze vrienden", zeiden zij. "Laten wij hun vragen hier bij ons te wonen en hun werk te doen. Het land is groot genoeg voor ons allen en wij kunnen dan onderling huwelijken sluiten.
22
Ze stellen echter één voorwaarde om hier te blijven: wij moeten ons allemaal laten besnijden, net zoals zij.
23
Als we dat doen, is al hun bezit ook het onze. Laten we akkoord gaan, zodat zij zich hier vestigen."
24
De mannen van de stad stemden in met het voorstel en iedereen werd besneden.
25
Maar drie dagen later, toen de wonden elke beweging tot een marteling maakten, namen twee broers van Dina, Simeon en Levi, hun zwaard, gingen de stad in en doodden, zonder op tegenstand te stuiten, alle mannen, ook Hemor en Sichem. Zij bevrijdden Dina uit het huis van Sichem en keerden naar hun kamp terug.
27
Daarna gingen al Jakobs zonen de stad in en plunderden haar, omdat hun zuster daar was onteerd.
28
Alles namen zij mee: het kleinvee, het rundvee en de ezels; alles wat los en vast zat, werd meegenomen, zowel uit de stad als van de velden.
29
Ook de vrouwen en kinderen werden gevangen genomen. Alle kostbaarheden in de huizen werden buitgemaakt.
30
Maar Jakob zei tegen Simeon en Levi: "Jullie hebben mij in een kwaad daglicht gebracht tegenover de andere bewoners van dit land, de Kanaänieten en de Ferezieten. Wij zijn met zo weinig, dat ze hierheen zullen komen en ons zullen verslaan. Ze zullen ons allemaal doden."
31
Maar zij zeiden: "We konden toch niet toelaten dat hij onze zuster als een hoer behandelde?"
← Chapter 33
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 35 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50