bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Genesis 16
Genesis 16
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 17 →
1
Maar Abram en Saraï kregen geen kinderen. Daarom gaf Saraï haar dienares, het Egyptische meisje Hagar, als tweede vrouw aan Abram.
2
"De HERE heeft mij geen kinderen gegeven", zei Saraï, "neem daarom mijn dienares tot vrouw. Haar kinderen zullen dan de mijne zijn."
3
Abram stemde in met Saraï's voorstel. (Dit gebeurde tien jaar nadat Abram in Kanaän kwam).
4
Hij had gemeenschap met Hagar en zij raakte in verwachting. Toen ze dat merkte, nam zij echter een hooghartige houding aan tegenover haar meesteres Saraï.
5
Saraï beklaagde zich daarover bij Abram. "Het is allemaal jouw schuld", zei ze boos. "Ik heb je mijn dienares gegeven en nu zij in verwachting is, kijkt ze op mij neer. Moge de HERE recht spreken over wat mij is aangedaan."
6
"Je mag haar van mij onder handen nemen als je dat nodig vindt", antwoordde Abram. Toen nam Saraï Hagar onder handen en sloeg haar, zodat ze vluchtte.
7
De Engel van de HERE vond Hagar bij een woestijnbron langs de weg naar Sur.
8
De Engel zei: "Hagar, dienares van Saraï, waar komt u vandaan en waar gaat u heen?" Hagar antwoordde: "Ik ben op de vlucht voor mijn meesteres."
9
De Engel zei: "Ga terug naar uw meesteres en gedraag u behoorlijk,
10
want uw nakomelingen zullen een groot volk worden.
11
U bent in verwachting en u zult een zoon krijgen. Noem hem Ismaël (God luistert), want de HERE heeft uw klachten gehoord.
12
Uw zoon zal een wildebras worden, een vrijbuiter! Hij zal zich veel vijanden maken en zijn hele familie trotseren."
13
Hierna noemde Hagar de naam van de HERE (want Hij was het, Die met haar had gesproken) 'de God, Die ziet en door mij werd gezien.' Ze was verbaasd dat zij God had gezien en toch nog in leven was.
14
Later werd de woestijnbron 'De bron van de Levende Die mij ziet' genoemd. Hij ligt tussen Kades en Bered.
15
Zo kreeg Abram een zoon van Hagar en hij noemde hem Ismaël. Abram was toen 86 jaar oud.
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 17 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50