bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Job 16
Job 16
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 17 →
1
Daarop antwoordde Job en zei:
2
Dergelijke dingen heb ik al vaak gehoord, armelijke vertroosters zijn jullie allemaal.
3
Komt er nog eens een einde aan die opgeblazen woorden stroom? Wat zit je toch dwars dat je steeds weerwoord wilt geven?
4
Ook ik zou net als jullie kunnen spreken als jullie in mijn plaats stonden. Ik zou woorden tegen jullie aaneenrijgen, en mijn hoofd over jullie schudden.
5
Ik zou jullie bemoedigen met mijn mond en de troost van mijn lippen zou jullie verlichten.
6
Als ik spreek wordt mijn leed niet verzacht, en als ik ophoud met spreken, zou het dan van mij weggaan?
7
Nu echter heeft Hij mij uitgeput, U hebt heel mijn gezin verwoest.
8
Met een korst hebt U mij overdekt, als een getuige tegen mij, en mijn magere lichaam is tegen mij in opstand gekomen en klaagt mij openlijk aan.
9
Zijn toorn verscheurt en achtervolgt mij. Hij knarsetandt tegen mij. Mijn tegenstander houdt zijn ogen strak op mij gericht.
10
Zij sperren hun mond tegen mij open, zij slaan mij smadelijk op mijn kaak, samen nemen zij het tegen mij op.
11
God heeft mij uitgeleverd aan een misdadiger, mij overgeleverd in handen van boosdoeners.
12
Ik had rust, maar Hij heeft mij verbroken en mij bij mijn nek gegrepen en verpletterd. Hij heeft mij tot een doelwit voor Zichzelf gemaakt.
13
Zijn schutters staan om mij heen, Hij splijt mijn nieren zonder mij te sparen, Hij giet mijn gal op de aarde uit,
14
Hij bezorgt mij de ene na de andere breuk, Hij stormt op mij af als een sterke kerel.
15
Ik heb een rouw zak over mijn huid genaaid, ik heb mijn hoorn met stof besmeurd.
16
Mijn gezicht is rood van het huilen, over mijn oogleden ligt de schaduw van de dood,
17
hoewel er geen geweld aan mijn handen kleeft, en mijn gebed zuiver is.
18
O aarde, bedek mijn bloed niet, laat mijn geroep geen gelegenheid vinden om te rusten!
19
Zie, ook nu is mijn Getuige in de hemel, Hij die voor mij pleit is in de hoogten.
20
Mijn vrienden bespotten mij, maar mijn oog schreit tot God.
21
Laat Hij voor een man bij God pleiten, zoals een mensenkind voor zijn vriend.
22
Want er zullen nog maar weinig jaren komen, voordat ik het pad insla waarlangs ik niet zal terugkeren.
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 17 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42