bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Job 18
Job 18
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 19 →
1
Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zei:
2
Hoelang proberen jullie nog een man op zijn woorden te vangen? Als jullie tot inzicht gekomen zijn, dan zullen wij spreken.
3
Waarom worden wij als dieren beschouwd, en zijn wij zo bekrompen in jullie ogen?
4
O jij, man, die zijn ziel in zijn toorn verscheurt! Zou de aarde om jou verlaten worden, en een rots om jou van zijn plaats verschoven worden?
5
Zeker, het licht van de boosdoeners wordt uitgedoofd en van de boosdoener zal de vlam van zijn vuur niet meer oplichten.
6
Het licht in zijn tent wordt verduisterd, boven hem wordt zijn lamp uitgedoofd.
7
Zijn krachtige schreden wankelen, zijn eigen raad doet hem vallen.
8
Want door zijn eigen voeten wordt hij in het net gedreven, en loopt hij over een vangnet.
9
De valstrik grijpt hem bij de hiel, de strop overmeestert hem.
10
Het touw van zijn strik ligt in de aarde verborgen, zijn val is op het pad.
11
Verschrikkingen jagen hem van alle kanten angst aan, zij zitten hem op de hielen.
12
Zijn kracht komt in het nauw, de ondergang staat al naast hem klaar.
13
Zijn lichaamsdelen worden verteerd, zijn lichaams delen worden door een dodelijke ziekte verteerd.
14
Dat waarop hij vertrouwde, wordt uit zijn tent weggerukt. Zij doet hem voortschrijden naar de koning van de verschrikkingen.
15
Mensen die niet de zijnen zijn, wonen in zijn tent, zwavel wordt over zijn woning uitgestrooid.
16
Onder hem verdorren zijn wortels, van boven worden zijn takken afgesneden.
17
De herinnering aan hem zal van de aarde verdwijnen, hij zal geen naam meer hebben op de straten.
18
Men zal hem uit het licht wegstoten, de duisternis in, men zal hem uit de wereld wegjagen.
19
Hij zal geen nakomeling of afstammeling hebben onder zijn volk, er zal niemand in zijn woningen overblijven.
20
Door zijn dag zullen zij die in het westen wonen geschokt zijn, die in het oosten wonen zullen door schrik overvallen worden.
21
Zeker, zo gaat het met de woningen van wie onrecht doen, dit is de plaats van wie God niet kennen.
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 19 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42