bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Job 23
Job 23
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 22
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 24 →
1
Job antwoordde en zei:
2
Ook nu is mijn klacht opstandig, mijn hand drukt zwaar op mijn zuchten.
3
Och, wist ik maar waar ik Hem kon vinden, zodat ik bij zijn woonplaats kon komen.
4
Ik zou de rechtszaak voor Hem uiteenzetten, en mijn mond vullen met argumenten.
5
Ik zou de woorden leren kennen, waarmee Hij mij antwoorden zou, en begrijpen wat Hij mij zou zeggen.
6
Zou Hij de rechtszaak met mij met groot betoon van kracht moeten voeren? Welnee, Hij hoeft alleen maar aandacht aan mij te schenken.
7
Daar zou de oprechte zijn zaak tegenover Hem bepleiten, en zo zou ik voor eeuwig aan mijn Rechter ontkomen.
8
Maar zie, als ik naar het oosten ga, dan is Hij er niet, en als ik naar het westen ga, dan kan ik Hem nergens ontdekken.
9
Is Hij bezig in het noorden, dan aanschouw ik Hem niet, wendt Hij zich naar het zuiden, dan zie ik Hem niet.
10
Maar Hij kent de weg die ik ga, Hij beproeft mij, als goud zal ik eruit komen.
11
Mijn voet heeft zijn voetsporen gevolgd, ik heb mij aan zijn weg gehouden en ben er niet van afgeweken.
12
Van het gebod van zijn lippen ben ik niet afgeweken. Meer dan mij voorgeschreven was, heb ik de woorden van zijn mond bewaard.
13
Maar als Hij tegen iemand is, wie zal Hem ervan afbrengen? Wat zijn ziel verlangt, doet Hij.
14
Want alles wat over mij besloten is, voert Hij ook uit, en veel meer soortgelijke dingen is Hij van plan.
15
Daarom ben ik voor Hem geschrokken, het is mij duidelijk en ik ben bevreesd voor Hem.
16
Want God heeft mijn hart week gemaakt, de Almachtige heeft mij met verbijstering geslagen.
17
Want ik ben niet door de duisternis met stomheid geslagen, en ook niet vanwege mijn vervormde gezicht, dat met donkerheid overdekt is.
← Chapter 22
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 24 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42