bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Job 8
Job 8
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 7
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 9 →
1
Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zei:
2
Hoelang zul je nog zo spreken en zullen de woorden van je mond als een geweldige storm zijn?
3
Zou God het recht verdraaien, zou de Almachtige de gerechtigheid verdraaien?
4
Als je zonen tegen Hem gezondigd hebben, dan heeft Hij hen overgeleverd in de macht van hun overtreding.
5
Als je God ernstig zoekt, en de Almachtige om genade smeekt,
6
als je rein en oprecht bent, zal Hij beslist voor je zorgen, en de woning van je gerechtigheid herstellen.
7
Het begin zal wel gering lijken, maar je einde zal zeer groot zijn.
8
Doe maar navraag bij de eerdere generatie, stel een onderzoek in naar hun vaderen.
9
Want wij zijn van gisteren en weten niets, want onze dagen op aarde zijn als een schaduw.
10
Zullen zij je niet onderwijzen en tot je spreken, en uit hun hart woorden voortbrengen?
11
Groeit papyrus zonder moeras? Schiet het oeverriet op zonder water?
12
Als het nog volop groen en niet afgesneden is, verdort het vóór al het andere gras.
13
Zo zijn de paden van allen die God vergeten, de hoop van de huichelaar zal vergaan.
14
Zijn vaste hoop zal afgesneden worden, zijn houvast zal een spinnenweb blijken te zijn.
15
Hij zal op zijn huis leunen, maar het zal niet blijven staan, hij zal het vastgrijpen, maar het zal geen standhouden.
16
Hij is vol sap in het licht van de zon, zijn jonge takken spreiden zich over zijn tuin uit.
17
Zijn wortels kronkelen zich over een steen hoop, hij droomt van een stenen huis voor zichzelf.
18
Maar als Hij hem uit zijn plaats wegrukt, zal die plaats hem verloochenen en zeggen: ‘Ik heb je nooit gezien!’
19
Zie, dat was de vreugde van zijn levens weg en uit het stof zullen anderen voortkomen.
20
Zie, God zal de onberispelijke niet verwerpen maar boosdoeners zal Hij niet bij de hand nemen.
21
Eens zal Hij je mond met gelach vullen en je lippen met gejuich.
22
Wie je haten zullen met schaamte bekleed worden, en de tent van de boosdoeners zal er niet meer zijn.
← Chapter 7
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 9 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42