bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Psalms 106
Psalms 106
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
1
Hallelu-Jah, dank de HEERE, want Hij is goed, want zijn liefdevolle trouw is tot in eeuwigheid.
2
Wie zal de grote daden van de HEERE kunnen verwoorden, al zijn lof doen horen?
3
Gelukkig zijn zij die zich aan het recht houden, gelukkig is hij die altijd gerechtigheid doet.
4
Denk aan mij, o HEERE, bij het welbehagen in uw volk, sluit mij bij uw redding in,
5
opdat ik het goede voor uw uitverkorenen zal zien, opdat ik mij zal verblijden met de blijdschap van uw volk, opdat ik mij gelukkig zal prijzen samen met uw erfdeel.
6
Wij hebben gezondigd, samen met onze vaderen, wij hebben onrecht gedaan, wij hebben slecht gehandeld.
7
Onze vaderen hebben in Egypte niet op uw wonderen gelet, zij hebben niet gedacht aan uw talrijke blijken van liefdevolle trouw, maar zij waren opstandig bij de zee, bij de Wierzee.
8
Maar Hij redde hen omwille van zijn Naam, om zijn geweldige grootheid bekend te maken.
9
Hij vermaande de Wierzee zodat die opdroogde, Hij liet hen door bruisende wateren gaan als door een woestijn.
10
Hij redde hen uit de hand van wie hen haatte, Hij verloste hen uit de hand van de vijand.
11
De wateren overdekten hun onderdrukkers, niet één van hen bleef over.
12
Zij vertrouwden op zijn woorden, zij zongen een lofzang voor Hem.
13
Al snel vergaten zij zijn daden, zij wachtten niet meer op zijn raad.
14
In de woestijn werden zij vreselijk begerig, zij stelden God op de proef in de wildernis.
15
Toen gaf Hij hun wat zij vroegen, maar hun zielen deed Hij wegteren.
16
Zij werden jaloers op Mozes in het legerkamp, en ook op Aäron, de heilige van de HEERE.
17
De aarde opende zich en verslond Dathan, en bedolf de menigte van Abiram.
18
Een vuur ontbrandde in hun gelederen, een vlam stak de boosdoeners in brand.
19
Zij maakten een kalf bij Horeb en knielden neer voor een gegoten beeld.
20
Zij verruilden hun heerlijkheid voor het evenbeeld van een rund dat gras eet.
21
Zij vergaten God, hun Redder, die grootse daden had gedaan in Egypte,
22
wonderen in het land van Cham, ontzagwekkende dingen aan de Wierzee.
23
Hij sprak ervan hen te verdelgen, ware het niet dat Mozes, zijn uitverkorene, voor zijn aangezicht op de bres was gaan staan, om zijn woede af te wenden en hen niet te vernietigen.
24
Zij versmaadden het begerenswaardige land, zij vertrouwden niet op zijn woord.
25
Zij morden in hun tenten, naar de stem van de HEERE luisterden ze niet.
26
Hij hief Zijn hand tegen hen op, om hen neer te vellen in de woestijn,
27
om hun nakomelingen onder de volken te doen sneuvelen, om hen over de landen te verstrooien.
28
Zij gingen banden aan met Baäl-Peor, zij aten slacht offers voor de doden.
29
Zij hebben Hem gekrenkt met hun daden, zodat er een plaag onder hen uitbrak.
30
Toen stond Pinehas op en kwam tussenbeide, zo kwam de plaag tot stilstand.
31
Het werd hem toegerekend als gerechtigheid, van generatie op generatie tot in eeuwigheid.
32
Zij wekten zijn toorn op bij de wateren van Meriba, om hen werd Mozes kwaad,
33
want zij kwelden zijn geest, en hij sprak ondoordacht met zijn lippen.
34
Zij hebben de volken niet verdelgd, die de HEERE hun gezegd had te verdelgen.
35
Maar zij vermengden zich met de volken, zij maakten zich hun gebruiken eigen.
36
Zij gingen hun afgodsbeelden dienen, die werden tot een valstrik voor hen.
37
Zij offerden hun zonen en hun dochters aan de demonen.
38
Zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed van hun zonen en hun dochters, die zij offerden aan de afgodsbeelden van Kanaän, zodat het land door bloed bezoedeld werd.
39
Door hun daden verontreinigden zij zich, door wat zij deden bedreven zij hoererij.
40
De toorn van de HEERE ontbrandde tegen zijn volk, Hij kreeg een afkeer van zijn erfdeel.
41
Hij gaf hen in handen van de volken, hun haters heersten over hen.
42
Hun vijanden verdrukten hen, zij werden onder hun hand vernederd.
43
Vele keren deed Hij hen ontkomen, maar zij kwamen in opstand tegen Hem door hun eigengereidheid, zij werden uitgedund door hun ongerechtigheid.
44
Toch keek Hij naar hen om in hun benauwdheid, wanneer Hij hun geroep hoorde.
45
Ter wille van hen dacht Hij aan zijn Verbond, Hij kreeg berouw naar zijn grote, liefdevolle trouw.
46
Hij schonk hun barmhartigheid, bij allen die hen gevangenhielden.
47
Red ons, o HEERE, onze GOD, breng ons samen uit de volken, opdat wij uw heilige Naam dank brengen, U met lofzangen prijzen.
48
Gezegend zij de HEERE, de GOD van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Laat heel het volk zeggen: ‘Amen! Hallelu-Jah!’
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150