bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Psalms 37
Psalms 37
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 36
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 38 →
1
Van David. Alef. Laat je woede niet oplaaien tegen hen die kwaad doen, wees niet afgunstig op hen die onrecht doen.
2
Want als gras zullen zij spoedig verdorren, als groen gras verwelken.
3
Bet. Vertrouw op de HEERE en doe het goede, woon in het land en zorg dat je trouw bent.
4
Verheug je in de HEERE, dan zal Hij je de wensen van je hart geven.
5
Gimel. Wentel je weg op de HEERE, vertrouw op Hem en Hij zal het doen.
6
Hij zal je gerechtigheid als het licht tevoorschijn doen komen, je recht als de zonnestralen midden op de dag.
7
Dalet. Wees stil voor de HEERE en wacht geduldig op Hem. Laat je woede niet oplaaien tegen hem wiens weg voorspoedig is, tegen een man die met list te werk gaat.
8
He. Laat je toorn bedaren en je woede varen. Laat je woede niet oplaaien. Het brengt alleen maar kwaad.
9
Want kwaaddoeners zullen worden uitgeroeid, maar wie op de HEERE hopen zullen het land als erfdeel ontvangen.
10
Vav. Nog even en de boosdoener is er niet meer. Je zult zijn plaats nauwlettend in de gaten houden, maar hij zal er niet meer zijn.
11
De zachtmoedigen zullen het land als erfdeel ontvangen, zij zullen grote vrede genieten.
12
Zayin. De boosdoener denkt kwade plannen uit tegen de rechtvaardige, hij knarsetandt tegen hem.
13
Mijn Heer lacht om hem, want Hij ziet dat zijn dag komt.
14
Khet. De boosdoeners hebben het zwaard getrokken, hun boog gespannen, om de ellendige en de arme neer te vellen, om hen die oprecht hun weg gaan af te slachten.
15
Hun zwaard zal hun eigen hart treffen, hun bogen zullen worden verbroken.
16
Tet. Het weinige dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed van vele boosdoeners.
17
Want de armen van de boosdoeners zullen verbroken worden, maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.
18
Jod. De HEERE kent de dagen van de oprechten, hun erfdeel zal zijn tot in eeuwigheid.
19
Zij zullen niet teleurgesteld worden in slechte tijd en, in dagen van honger zullen zij verzadigd worden.
20
Kaf. Want de boosdoeners zullen vergaan, de vijanden van de HEERE als de kostbaarste van de vette lammeren. Zij zullen verdwijnen, in rook zullen zij opgaan.
21
Lamed. De boosdoener leent en geeft niet terug, maar de rechtvaardige ontfermt zich en geeft.
22
Want de door Hem gezegenden zullen het land als erfdeel ontvangen, maar wie door Hem vervloekt zijn, zullen worden uitgeroeid.
23
Mem. De schreden van een man worden door de HEERE bevestigd, Hij heeft behagen aan zijn weg.
24
Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.
25
Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar de rechtvaardige heb ik nooit verlaten gezien, zijn nakomeling en zag ik nooit naar brood zoeken.
26
De hele dag ontfermt hij zich en leent uit, zijn nakomelingschap is tot zegen.
27
Samech. Wijk af van het kwaad en doe het goede, dan zul je een eeuwige woning hebben.
28
Want de HEERE heeft het recht lief, Hij zal zijn getrouwen niet verlaten. ʿAyin. Tot in eeuwigheid worden zij bewaard, maar het zaad van de boosdoeners zal worden uitgeroeid.
29
De rechtvaardigen zullen het land als erfdeel ontvangen, zij zullen tot in eeuwigheid daarop wonen.
30
Pe. De mond van de rechtvaardige verkondigt wijsheid, zijn tong spreekt recht.
31
De Wet van zijn GOD is in zijn hart, zijn schreden zullen niet wankelen.
32
Tsade. De boosdoener loert op de rechtvaardige, hij is erop uit om hem te doden,
33
maar de HEERE zal zijn hand niet van hem aftrekken, Hij zal hem niet veroordelen als hij voor het gerecht komt.
34
Qof. Hoop op de HEERE en houd je aan zijn weg. Dan zal Hij je verhogen om het land als erfdeel te ontvangen. Je zult zien dat de boosdoeners worden uitgeroeid.
35
Resch. Ik zag een gewelddadige boosdoener, die zich uitbreidde als een groene cederboom.
36
Hij ging voorbij, en zie, hij was er niet meer. Ik zocht hem, maar hij was niet te vinden.
37
Sjin. Let op de volmaakte en kijk naar de oprechte, want het einde van die man zal vrede zijn.
38
De overtreders zullen gezamenlijk verdelgd worden, wat van de boosdoeners overblijft, zal worden uitgeroeid.
39
Tav. De redding van de rechtvaardigen komt van de HEERE, Hij is hun toevlucht in de tijd van benauwdheid.
40
De HEERE zal hen helpen, Hij zal hen doen ontkomen. Hij zal hen doen ontkomen aan de boosdoeners en hen redden, want zij schuilen bij Hem.
← Chapter 36
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 38 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150