bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Psalms 69
Psalms 69
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 68
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 70 →
1
Voor de koorleider. Op de wijze van ‘De lelies’. Van David.
2
Red mij, o GOD, want de wateren zijn tot aan mijn ziel gekomen.
3
Ik ben weggezonken in diepe modder, waar men niet kan staan. Ik ben gekomen in diepe wateren en de vloed stroomt over mij heen.
4
Ik ben moe van mijn roepen, mijn keel is ontstoken, mijn ogen zijn uitgeput van het wachten op mijn GOD.
5
Wie mij zonder reden haten zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd. Zij die mij willen vernietigen, mijn valse vijanden, zijn machtig geworden. Wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.
6
O GOD, U kent mijn dwaasheid, mijn schulden zijn voor U niet verborgen.
7
Laten zij die op U hopen niet beschaamd worden, o mijn Heer, HEERE van de legermachten, laten zij die U zoeken niet door mij te schande worden, o GOD van Israël!
8
Want om U draag ik smaad, schaamte heeft mijn gezicht bedekt.
9
Voor mijn broeders ben ik een vreemde geworden, voor de zonen van mijn moeder een onbekende.
10
Want de ijver voor uw Huis heeft mij verteerd, de smaadwoorden van hen die U smaden, zijn op mij neergekomen.
11
Ik heb geweend bij het vasten van mijn ziel, maar het bracht mij enkel smaad.
12
Ik heb me met een rouw zak bekleed, maar ik werd tot een spreekwoord voor hen.
13
Wie in de poort zitten, spreken over mij, ook de spotliederen van de drinkers.
14
Maar ik richt mijn gebed tot U, o HEERE! Er is een tijd van welbehagen, o GOD, door de grootheid van uw liefdevolle trouw. Antwoord mij door de trouw van uw redding.
15
Trek mij uit de modder en laat mij niet wegzinken, doe mij ontkomen aan mijn haters en aan de diepe wateren.
16
Laat de watervloed mij niet overstromen, de diepte mij niet verslinden, en de put zijn mond niet boven mij toesluiten.
17
Antwoord mij, o HEERE, want uw liefdevolle trouw is goed. Wend U tot mij overeenkomstig uw vele barmhartigheden.
18
Verberg uw aangezicht niet voor uw dienaar, want ik ben in het nauw. Maak haast, antwoord mij.
19
Kom nader tot mijn ziel, koop haar vrij. Verlos mij vanwege mijn vijanden.
20
U kent mijn smaad, mijn schaamte en mijn schande, allen die mij benauwen staan voor U.
21
De smaad heeft mijn hart gebroken, het is mij zwaar te moed. Ik hoopte op medelijden, maar niets daarvan, en op vertroosters, maar ik vond ze niet.
22
Zij deden gif in mijn eten en voor mijn dorst lieten zij mij azijn drinken.
23
Laat hun tafel een valstrik voor hen worden, een val voor hun medestanders.
24
Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet meer zien, laat hun lendenen voortdurend beven.
25
Stort uw grimmigheid over hen uit, laat uw toorngloed hen overweldigen.
26
Laat hun kamp verwoest worden, zodat er niemand meer in hun tenten woont.
27
Want wie door U geslagen werd, vervolgen zij, zij hangen verhalen op over de smart van wie door U verwond werden.
28
Breng kwaad over hun kwaad, laat hen niet in uw gerechtigheid binnengaan.
29
Laten ze uit de Boek rol van het Leven gewist worden en niet bij de rechtvaardigen opgeschreven worden.
30
Maar ik ben ellendig en terneergeslagen. Mag uw redding, o GOD, mij verhogen.
31
Ik zal GODs Naam prijzen met een lied, Hem grootmaken met dankzegging.
32
Het zal de HEERE aangenamer zijn dan een rund, dan een jonge stier met horens en gespleten hoef.
33
De zachtmoedigen die dit zien, zullen zich verblijden, het hart van wie GOD zoeken zal opleven.
34
Want de HEERE luistert naar de armen, zijn gevangenen veracht Hij niet.
35
Laten de hemelen en de aarde Hem prijzen, de zeeën en alles wat daarin krioelt.
36
Want GOD zal Sion redden en de steden van Juda her bouwen en zij zullen daar wonen en het als erfdeel ontvangen.
37
Het nakomelingschap van zijn dienaren zal het als erfdeel bezitten, wie zijn Naam liefhebben, zullen erin wonen.
← Chapter 68
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 70 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150