bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Jeremiah 13
Jeremiah 13
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 14 →
1
Dit zei de Heer*** tegen mij: "Ga een linnen gordel kopen en doe die om je middel, maar zorg dat hij niet nat wordt."
2
Ik kocht een gordel, zoals de Heer*** opgedragen had, en deed hem om mijn middel.
3
Voor de tweede keer kwam het woord van de Heer*** tot mij en Hij zei:
4
"Ga met de gordel die je hebt gekocht en om je middel draagt naar de Eufraat en verberg hem daar in een rotsspleet."
5
Dus ging ik op weg en verborg hem bij de Eufraat, zoals de Heer*** mij bevolen had.
6
Na lange tijd zei de Heer*** tegen mij: "Ga naar de Eufraat en haal de gordel op die Ik je bevolen had daar te verbergen."
7
Ik ging naar de Eufraat en groef de gordel op uit de plaats waar ik hem verborgen had. En zie, de gordel was vergaan en deugde nergens meer voor.
8
Toen kwam het woord van de Heer*** tot mij:
9
"Dit zegt de Heer***: Zo zal Ik de trots van Juda en de grote trots van Jeruzalem laten vergaan.
10
Dit slechte volk, dat weigert mijn woorden te gehoorzamen, dat doet wat er in zijn hart opkomt en andere goden achternaloopt en ze dient en aanbidt, zal worden als deze gordel, die nergens meer voor deugt.
11
Want zoals een gordel dicht om het middel van een man zit, zo had Ik het hele huis van Israël en het hele huis van Juda dicht naar Mij toe getrokken, zegt de Heer***, om mijn volk, mijn eer, mijn trots, mijn sieraad te zijn. Maar ze hebben niet naar Mij geluisterd."
12
"Zeg hun daarom het volgende: 'Dit zegt de Heer***, de God van Israël: Alle kruiken worden met wijn gevuld.' Ze zullen tegen je zeggen: 'Dat weten wij ook wel, dat alle kruiken met wijn worden gevuld!'
13
Zeg dan tegen hen: 'Dit zegt de Heer***: Zie, Ik zal alle inwoners van dit land, zelfs de koningen die zetelen op de troon van David en de priesters en de profeten en alle inwoners van Jeruzalem, met wijn vullen tot ze dronken zijn.
14
En daarna zal Ik hen tegen elkaar stukslaan, zowel de vaders als hun kinderen, zegt de Heer***. Ik zal hen niet ontzien, hen niet sparen, geen medelijden met hen hebben. Ik laat Mij niet weerhouden hen te vernietigen.' "
15
"Luister! Zet je oren open, wees niet hoogmoedig, want de Heer*** heeft gesproken!
16
Geef jullie Heer*** God de eer, voordat Hij het duister maakt, voordat jullie in de schemering in de bergen je voeten stoten. Jullie hopen wel op licht, maar Hij brengt donkerheid, diepe duisternis.
17
Maar als jullie dan nog steeds niet willen luisteren, zal ik in eenzaamheid huilen over jullie hoogmoed en mijn tranen laten stromen, ja, eindeloos laten stromen, omdat de kudde van de Heer*** in ballingschap wordt weggevoerd."
18
"Ga tegen de koning en de koningin-moeder zeggen: 'Verneder uzelf en kom van uw troon af, want uw hoofdtooi, de kroon van uw waardigheid, is van uw hoofd gevallen.
19
De steden van het Zuiden worden afgesloten en niemand doet ze open. Heel Juda wordt weggevoerd, tot de laatste man.
20
Kijk toch en zie wie daar aankomen uit het noorden! Waar is de kudde die u was toevertrouwd, waar zijn uw prachtige schapen?'
21
Wat zul je zeggen wanneer Hij degenen die jij als je bondgenoten was gaan zien voortaan voor straf over je laat heersen? Zul je niet door pijn overweldigd worden, als een vrouw die baren moet?
22
Wanneer je je afvraagt: 'Waarom overkomt mij dit?' – het is om je ontelbare wandaden dat je rokken worden opgetild en je eer wordt geschonden.
23
Kan een Kushiet zijn huidskleur veranderen, of een luipaard zijn vlekken? Zouden jullie soms goed kunnen doen, jullie die zo gewend zijn kwaad te bedrijven?
24
Daarom zal Ik hen verspreiden als stro dat wordt weggeblazen door de woestijnwind.
25
Dat is het lot dat Ik je heb toegemeten, zegt de Heer***, omdat je Mij bent vergeten en op een leugen hebt vertrouwd.
26
Ik zal je rokken tot boven je hoofd optillen, zodat je naakt te kijk zult staan.
27
Al je overspel, je wellust, je schandelijke gedrag als hoer op de heuvels en in de velden – Ik heb al je walgelijke daden gezien. Wee jou, Jeruzalem, hoe lang duurt het nog voordat je weer rein zult worden?"
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 14 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
Aanbevolen literatuur
Commentaar
Commentaren op Jeremiah
→
Dagboek
Dagboek Jeremiah
→
Deze Bijbel
Studiebijbel (Venster Bijbel)
→