bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Jeremiah 27
Jeremiah 27
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 26
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 28 →
1
Aan het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, kwam dit woord van de Heer*** tot Jeremia.
2
De Heer*** zei tegen mij: "Maak jukken, bevestig er riemen aan, leg de jukken op je nek
3
en stuur ze naar de koning van Edom, de koning van Moab, de koning van de Ammonieten, de koning van Tyrus en de koning van Sidon. Geef ze mee aan de gezanten die door deze koningen naar koning Zedekia van Juda in Jeruzalem zijn gezonden.
4
Draag hun op tegen hun meesters te zeggen: Dit zegt de Heer*** van de hemellegers, de God van Israël: Zeg tegen jullie meesters:
5
Ik heb door mijn grote kracht en mijn machtige arm alles gemaakt: de aarde, de mens, het vee en alle dieren op de aarde, en Ik geef ze aan wie Ik wil.
6
Wel, Ik heb al deze landen in de macht gegeven van mijn dienaar koning Nebukadnezar van Babel. Zelfs de wilde dieren heb Ik aan hem onderworpen.
7
En alle volken zullen aan hem, zijn zoon en zijn kleinzoon onderworpen zijn, totdat ook voor zijn eigen land de tijd komt dat machtige volken en grote koningen het zullen onderwerpen.
8
Als een volk of koninkrijk zich niet aan koning Nebukadnezar van Babel wil onderwerpen en weigert om het juk van de koning van Babel op zijn nek te aanvaarden, zal Ik dat volk straffen met het zwaard, de honger en de pest, zegt de Heer***, tot Ik het helemaal door hem heb laten vernietigen.
9
Luister niet naar wat uw profeten, waarzeggers, dromers, toekomstvoorspellers en tovenaars tegen u zeggen: 'U zult niet door de koning van Babel onderworpen worden.'
10
Want zij spreken valse profetieën uit, waardoor u naar een ver land weggevoerd zult worden. Want Ik zal u uit uw land verdrijven en u zult omkomen.
11
Maar als een volk het juk van de koning van Babel op zijn nek aanvaardt en zich aan hem onderwerpt, zal Ik dat volk in zijn eigen land laten blijven, zegt de Heer***. Het zal zijn land bebouwen en er wonen."
12
Ook aan koning Zedekia van Juda bracht ik al deze woorden over: "Aanvaard op uw nek het juk van de koning van Babel, onderwerp u aan hem en zijn volk, dan zult u in leven blijven.
13
Maar anders zullen u en uw volk sterven door het zwaard, de honger en de pest, zoals de Heer*** heeft gezegd over het volk dat weigert zich aan de koning van Babel te onderwerpen.
14
Luister dus niet naar de woorden van de profeten die tegen u zeggen: 'U zult niet door de koning van Babel onderworpen worden,' want dat zijn valse profetieën.
15
Ik heb hen immers niet gezonden, zegt de Heer***. In mijn naam spreken ze valse profetieën uit, zodat Ik u uit het land zal verdrijven en u zult omkomen, samen met de profeten die voor u profeteren."
16
Ook zei ik tegen de priesters en het hele volk: "Dit zegt de Heer***: Luister niet naar de woorden van jullie profeten, die profeteren: 'Zie, de voorwerpen van het huis van de Heer*** zullen binnenkort uit Babel worden teruggebracht,' want zij verkondigen jullie valse profetieën.
17
Luister niet naar hen, maar onderwerp je aan de koning van Babel, dan zullen jullie in leven blijven. Maar anders zal deze stad worden verwoest.
18
Als zij [werkelijk] profeten zijn en de woorden van de Heer*** spreken, laten ze dan tot de Heer*** van de hemellegers bidden dat de voorwerpen die nog in het huis van de Heer*** en in het koninklijk paleis zijn achtergebleven niet naar Babel gaan!
19
Want dit zegt de Heer*** van de hemellegers over de zuilen, de Zee met de onderstellen en de overige voorwerpen die hier in de stad zijn achtergebleven
20
– die niet door koning Nebukadnezar van Babel zijn meegenomen toen hij koning Jechonja van Juda, de zoon van Jojakim, in ballingschap wegvoerde naar Babel, met alle aanzienlijken van Juda en Jeruzalem –
21
ja, dit zegt de Heer*** van de hemellegers, de God van Israël, over de voorwerpen die in het huis van de Heer***, het koninklijk paleis en Jeruzalem zijn achtergebleven:
22
ze zullen naar Babel worden gebracht. Daar zullen ze blijven tot de dag dat Ik Mij erover ontferm, zegt de Heer***. Dan zal Ik ze meenemen en naar deze stad terugbrengen."
← Chapter 26
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 28 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
Aanbevolen literatuur
Commentaar
Commentaren op Jeremiah
→
Dagboek
Dagboek Jeremiah
→
Deze Bijbel
Studiebijbel (Venster Bijbel)
→