bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Jeremiah 26
Jeremiah 26
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 25
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 27 →
1
Aan het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, kwam dit woord van de Heer***:
2
"Dit zegt de Heer***: Ga in de voorhof van het huis van de Heer*** staan. Spreek daar tot allen die uit de steden van Juda naar het huis van de Heer*** zijn gekomen om te aanbidden. Breng hun alle woorden over die Ik jou geef, laat er geen woord van achterwege.
3
Misschien zullen ze luisteren en zullen ze zich allemaal bekeren van de kwade weg die ze gaan. Dan zal Ik afzien van het kwaad dat Ik vanwege hun wandaden over hen besloten heb.
4
Zeg daarom tegen hen: Dit zegt de Heer***: Als jullie niet naar Mij luisteren en niet de Wet naleven die Ik jullie heb voorgehouden,
5
en niet luisteren naar de woorden van mijn dienaren, de profeten die Ik telkens weer – maar tevergeefs – naar jullie gezonden heb,
6
dan zal Ik met dit huis hetzelfde doen als met Silo en maak Ik deze stad tot een vervloeking bij alle volken op aarde."
7
De priesters, de profeten en alle aanwezigen hoorden Jeremia deze woorden spreken in het huis van de Heer***.
8
Toen hij uitgesproken was en alles had gezegd wat de Heer*** hem had opgedragen om tegen de menigte te zeggen, grepen de priesters, de profeten en de menigte hem en riepen: "Sterven moet je!
9
Hoe durf je in de naam van de Heer*** te profeteren dat het dit huis net zo zal vergaan als Silo, dat deze stad zal worden verwoest en dat er niemand meer zal wonen?" En de hele menigte in het huis van de Heer*** liep tegen Jeremia te hoop.
10
Toen de leiders van Juda hoorden wat er gebeurde, kwamen ze van het koninklijk paleis naar het huis van de Heer*** om zitting te houden bij de Nieuwe Poort.
11
En de priesters en de profeten zeiden tegen hen en de hele menigte: "Deze man verdient de doodstraf, want hij heeft [onheil] tegen deze stad geprofeteerd, zoals jullie met eigen oren hebben gehoord."
12
Maar Jeremia zei tegen de leiders en de menigte: "De Heer*** heeft mij gezonden om tegen dit huis en deze stad al de woorden te profeteren die jullie gehoord hebben.
13
Beter daarom je leven en je daden en gehoorzaam jullie Heer*** God, dan zal de Heer*** afzien van het onheil dat Hij jullie aangekondigd heeft.
14
Ik ben in jullie macht, doe met mij wat jullie willen,
15
maar weet wel: als jullie mij doden, brengen jullie het bloed van een onschuldig mens over jullie, over deze stad en over de inwoners van deze stad. Want het is de waarheid dat de Heer*** mij naar jullie heeft gezonden om jullie al deze woorden te zeggen."
16
Toen zeiden de leiders en alle aanwezigen tegen de priesters en de profeten: "Die man verdient de doodstraf niet, want hij heeft in de naam van onze Heer*** God tot ons gesproken."
17
Er stonden ook een paar mannen op die behoorden tot de oudsten van het land. Zij zeiden tegen de menigte:
18
"Micha uit Moreset profeteerde tijdens de regering van koning Hizkia van Juda en heeft tegen het volk van Juda gezegd: 'Dit zegt de Heer*** van de hemellegers: Sion zal als een akker worden omgeploegd, Jeruzalem zal in puin komen te liggen en op de berg waar nu dit huis staat, zal een bos groeien.'
19
Hebben koning Hizkia van Juda en zijn volk hem daarvoor soms gedood? Nee, hij had ontzag voor de Heer*** en smeekte de Heer*** om genade. Daarom zag de Heer*** af van het onheil dat Hij aangekondigd had. Nee, we zouden groot onheil over ons heen halen!"
20
Er was nog een andere man die in de naam van de Heer*** profeteerde: Uria, de zoon van Semaja, uit Kirjat-Jearim. Hij profeteerde dezelfde woorden tegen deze stad en dit land als Jeremia.
21
Toen koning Jojakim, zijn legeraanvoerders en de leiders hoorden wat hij zei, wilde de koning hem doden. Toen Uria dat hoorde, werd hij bang en vluchtte naar Egypte.
22
Maar koning Jojakim stuurde Elnatan, de zoon van Achbor, met enkele mannen naar Egypte.
23
Ze haalden Uria uit Egypte terug en brachten hem bij koning Jojakim. De koning doodde hem met het zwaard en wierp zijn lijk in een van de rotsgraven van het gewone volk.
24
Maar Ahikam, de zoon van Safan, nam Jeremia in bescherming, zodat hij niet in handen viel van het volk, dat hem wilde doden.
← Chapter 25
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 27 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52