bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Jeremiah 24
Jeremiah 24
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 23
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 25 →
1
De Heer*** gaf mij een visioen. Ik zag twee manden met vijgen, neergezet voor de tempel van de Heer***. – Dit was nadat koning Nebukadnezar van Babel koning Jechonja van Juda, de zoon van Jojakim, in ballingschap had weggevoerd naar Babel, met de leiders van Juda, de ambachtslieden en de smeden uit Jeruzalem. –
2
De ene mand was gevuld met uitstekende vijgen van de eerste pluk, maar de andere mand met slechte vijgen, zo slecht dat ze oneetbaar waren.
3
De Heer*** zei tegen mij: "Wat zie je, Jeremia?" Ik antwoordde: "Vijgen. De goede vijgen zijn uitstekend, maar de slechte vijgen zijn zo slecht dat ze oneetbaar zijn."
4
Toen kwam het woord van de Heer*** tot mij:
5
"Dit zegt de Heer***, de God van Israël: Zoals die goede vijgen, zo zullen voor Mij de bannelingen van Juda zijn, die Ik, voor hun bestwil, hiervandaan heb weggezonden naar het land van de Chaldeeën.
6
Ik heb het goede met hen voor en Ik zal hen in dit land terugbrengen. Ik zal hen opbouwen, niet afbreken; Ik zal hen planten, niet uittrekken.
7
En Ik zal hun een hart geven dat wil erkennen dat Ik de Heer*** ben. Ze zullen mijn volk zijn en Ik zal hun God zijn, want ze zullen zich met hun hele hart tot Mij bekeren.
8
En zoals de slechte vijgen, zo slecht dat ze oneetbaar zijn, zegt de Heer***, zo zijn voor Mij koning Zedekia van Juda, met zijn bestuurders en het overblijfsel van Jeruzalem, zowel degenen die in dit land zijn overgebleven als degenen die in Egypte zijn gaan wonen.
9
Hen zal Ik, tot hun schade, tot een schrikbeeld maken voor alle koninkrijken van de aarde, tot een schande, een spreekwoord, een mikpunt van spot en een vervloeking, in alle plaatsen waarheen Ik hen verdrijf.
10
Ik zal het zwaard, de honger en de pest op hen af sturen, totdat ze geheel verdwenen zijn uit het land dat Ik aan hen en hun voorouders gegeven had."
← Chapter 23
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 25 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
Aanbevolen literatuur
Commentaar
Commentaren op Jeremiah
→
Dagboek
Dagboek Jeremiah
→
Deze Bijbel
Studiebijbel (Venster Bijbel)
→