bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Jeremiah 16
Jeremiah 16
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 17 →
1
Het woord van de Heer*** kwam tot mij:
2
"Je mag geen vrouw nemen, je mag hier geen zonen of dochters krijgen.
3
Want dit zegt de Heer*** over de zonen en dochters die hier geboren worden, en over de moeders die hen ter wereld brengen, en over de vaders die hen in dit land verwekken: ze zullen op verschrikkelijke wijze sterven.
4
Niemand zal over hen weeklagen en niemand zal hen begraven, maar ze zullen blijven liggen tot mest voor de aardbodem. Ze zullen worden geveld door het zwaard en de honger, en hun lijken zullen voedsel zijn voor de vogels en de wilde dieren.
5
Dit zegt de Heer***: Ga geen huis binnen waar gerouwd wordt. Ga er niet heen om te weeklagen, ga er niet je medeleven betuigen. Want Ik, zegt de Heer***, heb van dit volk mijn vrede, mijn vriendelijkheid en mijn barmhartigheid weggenomen,
6
zodat iedereen in dit land, van hoog tot laag, zal sterven. Niemand zal hen begraven. Niemand zal over hen weeklagen. Niemand zal zich om hen insnijdingen in zijn lichaam maken of zijn hoofd kaalscheren.
7
Niemand zal tot troost over een dode een begrafenismaal houden. Niemand zal een ander een drinkbeker aanreiken om hem te troosten over de dood van zijn vader of moeder.
8
Ga ook geen huis binnen waar feest wordt gevierd, ga niet met hen zitten eten en drinken.
9
Want dit zegt de Heer*** van de hemellegers, de God van Israël: Zie, Ik zal hier alle geluid van vreugde en blijdschap wegnemen, de stemmen van de bruidegom en de bruid zullen er niet meer klinken.
10
Wanneer je deze woorden aan het volk overbrengt en ze vragen je: 'Waarom heeft de Heer*** al deze ellende over ons besloten? Wat hebben we dan misdaan? Welke zonde hebben wij begaan tegen onze Heer*** God?'
11
– moet je hen antwoorden: Omdat jullie voorouders Mij hebben verlaten, zegt de Heer***. Ze liepen andere goden achterna en hebben die gediend en aanbeden, maar Mij hebben ze verlaten, ze hebben zich niet aan mijn Wet gehouden.
12
En jullie zijn nog erger dan jullie voorouders, want jullie doen wat er in je verdorven hart opkomt en weigeren naar Mij te luisteren.
13
Daarom zal Ik jullie uit dit land wegslingeren naar een ver land dat jullie en jullie voorouders niet gekend hebben. Daar zullen jullie dag en nacht andere goden dienen, want Ik zal geen genade met jullie hebben."
14
"Maar zie, er komt een tijd, zegt de Heer***, dat men niet meer zal zweren: 'Zo waar de Heer*** leeft, die de Israëlieten uit Egypte heeft weggeleid',
15
maar: 'Zo waar de Heer*** leeft, die de Israëlieten uit het land in het noorden heeft weggeleid en uit alle andere landen waarheen Hij hen verdreven had.' Want Ik zal hen terugbrengen in hun land, dat Ik aan hun voorouders gegeven heb.
16
Zie, Ik zal vele vissers ontbieden, zegt de Heer***, die hen zullen vangen. Daarna zal Ik vele jagers ontbieden, die hen zullen opjagen uit alle bergen, heuvels en rotskloven.
17
Want mijn ogen zijn op al hun wegen. Niets is voor Mij verborgen, geen enkele zonde ontgaat mijn ogen.
18
Daarom zal Ik hun eerst hun ontrouw en hun zonde dubbel vergelden, omdat ze mijn land hebben ontwijd: ze hebben mijn eigendom gevuld met hun levenloze, walgelijke afgoden en hun gruweldaden."
19
" Heer***, U bent mijn sterkte en mijn kracht, mijn schuilplaats in tijd van nood. Van de einden der aarde zullen de volken naar U toe komen en zeggen: 'Wat onze voorouders geleerd hadden was bedrog, hun goden zijn machteloos en hebben geen enkel nut.' "
20
"Zou een mens zich goden kunnen maken? Dat zijn dan toch geen goden?
21
Zie, daarom zál Ik hun, ditmaal zal Ik hun mijn kracht en mijn macht bekendmaken. Dan zullen ze weten dat mijn naam Heer*** is.
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 17 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52