bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Isaiah 13
Isaiah 13
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 14 →
1
Het dreigende oordeel over Babel, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft.
2
“Hef op een kale berg een banier op, roep luid naar hen, wenk hen met de hand dat zij door de poorten van de edelen binnengaan!”
3
“Ik heb mijn geheiligden bevel gegeven, mijn helden heb Ik geroepen voor mijn toorn, zij die zo uitgelaten zijn door mijn verhevenheid.”
4
“Op de bergen klinkt het rumoer van een grote menigte, als van een groot volk, het geluid van het gedruis van koninkrijken, van verzamelde volken. De HEERE van de legermachten monstert een legermacht.
5
Zij komen uit een ver land, van het einde van de hemel, de HEERE en de instrumenten van zijn grimmigheid, om heel het land te verwoesten.”
6
“Huil, want de dag van de HEERE is nabij, hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige.
7
Daarom worden alle handen slap en elk mensenhart smelt weg.
8
Zij zijn verschrikt, krampen en weeën grijpen hen aan, zij krimpen ineen als een barende vrouw. Ieder staart verbijsterd naar zijn naaste, hun gezichten zijn net vlammen.”
9
“Zie, de dag van de HEERE komt, meedogenloos, in alle hevigheid en met de gloed van zijn toorn, om de aarde tot een voorwerp van verschrikking te maken en de zondaren ervan weg te vagen.
10
Want de sterren van de hemel en de sterrenbeelden zullen hun licht niet meer laten stralen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt en de maan zal haar licht niet meer laten schijnen.
11
Want Ik zal de wereld haar slechtheid vergelden en aan de boosdoeners hun ongerechtigheid. Ik zal de trots van de hoogmoedigen doen ophouden en de hoogmoed van de geweldenaars zal Ik vernederen.
12
Ik zal een man kostbaarder maken dan fijn goud en een mens kostbaarder dan het fijnste goud van Ofir.
13
Daarom zal Ik de hemelen doen wankelen en de aarde zal van haar plaats wegtrillen door de woede uitbarsting van de HEERE van de legermachten en door de dag van de gloed van zijn toorn.”
14
“Als een opgejaagde gazelle en als een schaap dat niemand onder zijn hoede neemt, zo zullen zij zich ieder naar zijn eigen volk wenden en ieder een zal naar zijn eigen land vluchten.
15
Ieder die gevonden wordt, zal doorstoken worden en ieder die gegrepen wordt, zal door het zwaard vallen.
16
Hun kinderen zullen voor hun ogen verpletterd worden, hun huizen geplunderd en hun vrouwen verkracht.”
17
“Zie, Ik zal de Meden tegen hen opzetten, die zilver niets waard achten en niet om goud geven.
18
Hun bogen zullen jongemannen vermorzelen en zij zullen geen medelijden hebben met de vrucht van de schoot en hun oog zal geen kind ontzien.
19
Babel, het sieraad van de koninkrijken, de glorie en trots van de Chaldeeën, zal worden als toen GOD Sodom en Gomorra ondersteboven keerde.
20
De stad zal tot in eeuwigheid niet meer bewoond worden en van generatie op generatie zal er niemand meer wonen. Geen Arabier zal er zijn tent nog opslaan en de herders zullen er hun kudde niet meer laten rusten.
21
De bewoners van de woestijn zullen zich er neerleggen en hun woningen zullen vol zitten met uilen en er zullen dochters van de struisvogel wonen en duivelse bokken rondspringen.
22
De hyena’s zullen naar elkaar janken in Babels verlaten burchten en de jakhalzen in de gerieflijke paleizen. Haar tijd zal spoedig komen en haar dagen zullen niet verlengd worden.”
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 14 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66