bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Isaiah 45
Isaiah 45
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 44
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 46 →
1
“Zo zegt de HEERE tegen zijn gezalfde, tegen Kores, die Ik bij zijn rechterhand heb vastgegrepen om volken voor hem neer te werpen: Ik zal de wapen gordel van de lendenen van koningen afnemen, opdat deuren vóór hem opengaan en poorten niet gesloten worden.
2
Ik zal voor je uit gaan. Wat oneffen is, zal Ik recht maken, koperen deuren zal Ik verbreken en ijzeren grendels zal Ik stuk slaan.
3
Ik zal je de schatten van de duisternis geven, verborgen rijkdommen, opdat je zult weten dat Ik, de HEERE, het ben die je bij je naam roept, de GOD van Israël.
4
Ter wille van mijn dienaar Jakob, Israël mijn uitverkorene, riep Ik je bij je naam en Ik gaf je een bijzondere naam, hoewel je Mij niet kende.
5
Ik ben de HEERE, en er is geen ander, buiten Mij is er geen GOD. Ik zal je omgorden, hoewel jij Mij niet kende,
6
opdat men, vanwaar de zon opgaat tot waar zij ondergaat, zal erkennen dat er buiten Mij niets is, Ik ben de HEERE, en er is geen ander.
7
Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.’ ”
8
“Doe het druppelen, hemelen, van daarboven, laat de wolken gerechtigheid uitgieten, laat de aarde zich openen en laten zij redding als vrucht voortbrengen en mag daarmee ook gerechtigheid opkomen. Ik, de HEERE, heb het geschapen.”
9
“Wee degene die met zijn Formeerder twist, een pot tussen andere aarden potten! Kan het leem tegen zijn formeerder zeggen: ‘Wat maak je?’ Of kan jouw werk stuk zeggen: ‘Hij heeft geen handen!’?
10
Wee degene die tegen zijn vader zegt: ‘Wat heb je verwekt?’ Of tegen de vrouw: ‘Wat heb je gebaard?’ ”
11
“Zo zegt de HEERE, de Heilige van Israël, en zijn Formeerder: ‘Vraag Mij naar de toekomstige dingen, vertrouw Mij mijn zonen en het werk van mijn handen toe.
12
Ik, ja Ik, heb de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen, mijn handen hebben de hemelen uitgespannen en heel hun legermacht geef Ik mijn bevelen.
13
Ik heb hem verwekt in gerechtigheid en al zijn wegen zal Ik recht maken. Hij zal mijn stad her bouwen en hij zal mijn gevangenen loslaten, niet voor geld en niet voor geschenk en!’, zegt de HEERE van de legermachten.”
14
“Zo zegt de HEERE: ‘De arbeid van de Egyptenaren en de koopwaar van de Kushieten en de Sabeeërs, mannen van statige gestalte, zullen naar je overlopen en jou toebehoren. Zij zullen in je gevolg zijn, in boeien zullen zij overlopen en zij zullen voor je neerknielen en roepen: Zeker, God is bij je en er is geen ander, niemand anders dan GOD!
15
Jazeker, U bent een God die zich verborgen houdt, de GOD van Israël, de Redder.
16
Zij allen zullen beschaamd en ook te schande worden. Tezamen zullen zij vol schaamte weggaan, de makers van afgodsbeelden.
17
Israël wordt gered door de HEERE met een eeuwige verlossing. Jullie zullen je niet schamen en niet te schande worden tot in alle eeuwigheid.’ ”
18
“Want zo zegt de HEERE, die de hemelen geschapen heeft, Hij, de GOD, die de aarde geformeerd en gemaakt heeft, Hij, die haar gegrondvest heeft. Hij heeft haar niet leeg geschapen, maar haar geformeerd om te bewonen: Ik ben de HEERE en er is geen ander!”
19
“Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats op aarde. Ik heb niet tegen de nakomelingen van Jakob gezegd: Zoek Mij tevergeefs! Ik ben de HEERE, die gerechtigheid spreekt, die rechtvaardige dingen verkondigt.”
20
“Kom tezamen, en kom, kom samen dichterbij, jullie die uit de volken ontkomen zijn! Zij weten niets, zij die hun houten afgods beelden ronddragen en een god aanbidden die niet redden kan.
21
Verkondig en kom dichterbij. Overleg maar met elkaar: Wie heeft dit vanouds af aan doen horen, wie heeft het sindsdien verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? Buiten Mij is er geen andere GOD, een rechtvaardig God en Redder buiten Mij is er niet.
22
Wend je tot Mij, laat je redden, ja jullie, alle einden van de aarde, want Ik ben God en niemand anders.
23
Ik heb bij Mijzelf gezworen, in gerechtigheid is een woord uit mijn mond uitgegaan en het zal niet worden herroepen: Dat elke knie zich voor Mij zal buigen, dat elke tong bij Mij zal zweren!
24
Men zal van Mij zeggen: ‘Alleen in de HEERE is overvloedige gerechtigheid en sterkte!’ Zij zullen tot Hem komen, maar allen die in woede tegen Hem ontstoken zijn, zullen beschaamd worden.
25
Maar alle nakomelingen van Israël zullen in de HEERE gerechtvaardigd worden en in Hem roemen.”
← Chapter 44
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 46 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66