bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Isaiah 31
Isaiah 31
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 30
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 32 →
1
“ Wee hen, die naar Egypte afdalen om hulp, die steunen op paarden en vertrouwen op wagens, omdat er zoveel zijn, en op ruiters, omdat die zo machtig zijn, en niet opzien naar de Heilige van Israël en de HEERE niet zoeken.”
2
“ Maar ook Hij is wijs, Hij zal het kwaad doen komen. Hij neemt zijn woorden niet terug. Optreden zal Hij tegen het huis van de boosdoeners en tegen het zoeken van hulp bij hen die onrecht doen.
3
Want de Egyptenaren zijn mens en en geen God en hun paarden zijn vlees, en geen geest. De HEERE zal zijn hand uitstrekken, zodat de helper struikelt en degene die geholpen wordt, neervalt. Zo zullen zij samen aan hun einde komen.”
4
“Want zo heeft de HEERE tegen mij gezegd: ‘Zoals een leeuw of een jonge leeuw boven zijn prooi gromt wanneer men een menigte herders tegen hem oproept, zonder dat hij voor hun stem schrikt of ineenkrimpt voor hun menigte, zo zal de HEERE van de legermachten neerdalen om te strijden op de berg Sion en op haar heuvel.
5
Zoals vogels boven hun nest fladderen, zo zal de HEERE van de legermachten Jeruzalem beschermen. Hij zal haar beschermen en redden, Hij zal aan haar voorbijgaan en uitredding brengen.”
6
“Bekeer je tot Hem van wie de zonen van Israël diep afgeweken zijn.
7
Want op die dag zal ieder zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden wegwerpen, die jullie handen voor jullie zelf gemaakt hebben, tot zonde.
8
Assyrië zal vallen door een zwaard, maar niet van een man. Een zwaard, maar niet van een mens, zal hem verteren. Hij zal vluchten voor het zwaard en zijn jongemannen zullen aan slaafse arbeid onderworpen worden.
9
Zijn rots zal uit angst weggaan en zijn vorsten zullen van de banier wegvluchten!’, zo spreekt de HEERE, die een vuur in Sion heeft en een oven in Jeruzalem.”
← Chapter 30
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 32 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66