bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Isaiah 63
Isaiah 63
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 62
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 64 →
1
“Wie is dat die daar uit Edom komt, in dieprode kleding, uit Bozra, zo indrukwekkend in zijn gewaad gehuld, die voorttrekt in zijn grote kracht?” “Ik ben het die in gerechtigheid spreekt, die bij machte is om te redden!”
2
“Waarom is dat rood aan je gewaad en waarom zijn je kleren als van iemand die de wijnpers treedt?”
3
“Ik heb de wijnpers alleen getreden en er was niemand uit de volken bij Mij. Ik heb hen vertreden in mijn toorn en hen vertrapt in mijn woede. Hun bloed spatte op mijn kleren, heel mijn kleed heb Ik bezoedeld.
4
Want een dag van wraak was in mijn hart en het jaar voor mijn verlosten was gekomen.”
5
“Ik keek rond, maar er was niemand die hielp. Ik was ontsteld, er was niemand die Mij steunde. Mijn arm heeft Mij redding gebracht en mijn woede heeft Mij ondersteund.
6
Ik heb de volken vertrapt in mijn toorn, Ik heb hen dronken gemaakt in mijn woede en Ik heb hun bloed ter aarde doen neer stromen.”
7
“Ik zal de blijken van liefdevolle trouw van de HEERE gedenken, de loffelijke daden van de HEERE, alles wat de HEERE voor ons heeft gedaan en de grote goedheid voor het huis van Israël die Hij het heeft betoond naar zijn barmhartigheid en naar de grootheid van zijn liefdevolle trouw.
8
Hij zei: ‘Zij zijn immers mijn volk, zonen die niet bedriegen!’ En Hij werd hun tot Redder.
9
In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd en de engel van zijn aangezicht heeft hen gered. Door zijn liefde en door zijn genade heeft Hij hen verlost. Hij tilde hen op en droeg hen alle dagen vanouds.”
10
“ Maar zij werden opstandig en hebben zijn Heilige Geest geprikkeld. Daarom veranderde Hij voor hen in een vijand, Hij streed tegen hen.
11
Toch dacht Hij aan de dagen van eeuwen lang geleden, aan Mozes en zijn volk. Waar is Hij nu, Hij die hen uit de zee omhoog deed komen met de herders van zijn schapen? Waar is Hij, die zijn Heilige Geest in hun midden plaatste,
12
die zijn wonderbare arm aan de rechterhand van Mozes liet meegaan, die de wateren voor hun ogen deed splijten om zich zo voor eeuwig Naam te maken,
13
die hen leidde door de bruisende wateren? Als een paard in de woestijn struikelden zij niet,
14
zoals een beest dat afdaalt in de vallei, zo heeft de Geest van de HEERE hun rust geschonken, zo hebt U uw volk geleid om voor U zelf een glansrijke Naam te maken.”
15
“Kijk neer uit de hemel en zie vanuit uw Woning, die vol is van uw heiligheid en van uw pracht! Waar zijn uw heilige jaloersheid en uw machtige daden? Uw grote innerlijke bewogenheid en uw barmhartigheden worden mij onthouden.
16
U bent immers onze Vader, want Abraham kent ons niet en Israël kent ons niet. U, HEERE, bent onze Vader, onze Losser, uw Naam bestaat vanaf eeuwigheid.
17
HEERE, waarom doet U ons van uw wegen afdwalen, waarom verhardt U ons hart zodat wij U niet vrezen? Keer terug omwille van uw dienaren, de stammen van uw erfdeel.
18
Uw heilig volk heeft het maar voor korte tijd in bezit gehad. Onze tegenstanders hebben uw Heiligdom vertrapt.
19
Wij zijn geworden als hen over wie U eeuwen lang niet geheerst hebt en als hen over wie uw Naam niet uitgeroepen is. Och, scheurde U de hemelen maar open, daalde U maar neer, zodat de bergen voor uw aangezicht zouden beven.”
← Chapter 62
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 64 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66