bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Isaiah 64
Isaiah 64
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 63
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 65 →
1
“ Daalde U maar neer, zoals vuur kreupelhout aansteekt en vuur water doet koken, om uw Naam aan uw tegenstanders bekend te maken, om de volken voor uw aangezicht te doen beven,
2
wanneer U ontzagwekkende dingen doet, die wij niet verwachtten. Daalde U maar neer, zodat de bergen beefden voor uw aangezicht zouden beven.”
3
“Van de oude tijden af heeft men het niet gehoord, niemand heeft ervan gehoord, geen oog heeft het gezien, een god buiten U, die optreedt voor wie op Hem wacht.
4
Wie zich over gerechtigheid verblijdt en die ook doet, zult U tegemoetkomen, hen die in uw wegen aan U denken. Zie, U barstte in toorn uit, want wij hadden gezondigd. Wij deden het altijd al, zouden wij dan gered worden?
5
Wij zijn allen als een onreine, al onze gerechtigheden zijn als een met bloed bezoedeld kleed, wij allen vallen af als een blad en onze ongerechtigheden nemen ons mee als de wind.
6
Er is niemand die uw Naam aanroept, die aanstalten maakt om zich aan U vast te klampen, want U verbergt uw aangezicht voor ons en U doet ons wegkwijnen in de greep van onze ongerechtigheden.
7
Maar nu, HEERE, U bent onze Vader, wij zijn het leem, en U bent onze pottenbakker en wij allen zijn het werk van uw hand.
8
O HEERE, wees toch niet al te toornig en denk niet voor eeuwig aan de ongerechtigheid. Zie, kijk toch, wij allen zijn uw volk.
9
Uw heilige steden zijn een woestijn geworden, Sion is een woestijn geworden, Jeruzalem een woeste plaats.
10
Ons Huis, vol van heiligheid en pracht, waarin onze vaderen U loofden, is met vuur verbrand en alles wat ons dierbaar was, is een puinhoop geworden.
11
HEERE, zou U zich bij deze dingen inhouden, zou U zwijgen en ons nog verder in het nauw drijven?”
← Chapter 63
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 65 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66