bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Isaiah 38
Isaiah 38
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 37
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 39 →
1
In die dagen werd Hizkia getroffen door een dodelijke ziekte. De profeet Jesaja, de zoon van Amoz, kwam bij hem en zei tegen hem: “Zo zegt de HEERE: ‘Geef je huis bevelen, want je zult sterven en niet langer leven.’ ”
2
Toen draaide Hizkia zijn gezicht om naar de muur en hij bad tot de HEERE
3
en zei: “Och, HEERE, bedenk toch, dat ik trouw en met een volkomen toegewijd hart voor uw aangezicht gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in uw ogen.” Hizkia moest vreselijk huilen.
4
Het woord van de HEERE kwam tot Jesaja en het luidde:
5
“Ga heen en zeg tegen Hizkia: ‘Zo zegt de HEERE, de GOD van je vader David: Ik heb je gebed gehoord, Ik heb je tranen gezien. Zie, Ik zal vijftien jaar aan je levensdagen toevoegen.
6
Ik zal je verlossen uit de hand van de koning van Assyrië en de stad ook. Ik zal deze stad beschermen.
7
Dit zal het teken voor je zijn van de HEERE, dat de HEERE het woord, dat Hij gesproken heeft, doen zal.
8
Zie, Ik zal de schaduw op de traptreden van Achaz die langs de traptreden van de zonnewijzer neerdaalt, tien treden laten teruggaan.’ ” Toen ging de zon tien traptreden terug langs de traptreden waarlangs zij was afgedaald.
9
Geschrift van Hizkia, de koning van Juda, toen hij ziek geweest en van zijn ziekte genezen was.
10
“Ik zei: ‘ Al op de helft van mijn levens dagen moet ik door de poorten van het dodenrijk gaan. De overige jaren worden mij ontnomen.’
11
Ik zei: ‘Ik zal de HEER, de HEER, niet meer zien in het land van de levenden. Ik zal geen mens meer aanschouwen, maar zijn bij de bewoners van het hiernamaals.’
12
Mijn levensloop wordt afgebroken en van mij weggenomen als een tent van een herder. Ik heb mijn leven opgerold zoals een wever het weefsel oprolt. Hij zal mij afsnijden van het weefgetouw: Tussen het einde van de dag en het invallen van de nacht zult U mijn leven beëindigen!
13
Ik wachtte geduldig tot de morgen. Als een leeuw zal Hij al mijn beenderen breken: Vanaf dat het dag wordt tot aan de nacht zult U mijn leven beëindigen!
14
Ik tsjirpte als een zwaluw die rondjes vliegt, ik koerde als een duif. Ik sloeg mijn ogen op naar omhoog: ‘ O mijn Heer, ik word onderdrukt, sta toch borg voor mij!’
15
Wat zal ik zeggen? Wat Hij mij toegezegd heeft, heeft Hij gedaan. Ik zal al mijn levens jaren voortschrijden over de bitterheid van mijn ziel.
16
‘ O mijn Heer, hierop kan men verder leven en bovenal schuilt daarin het leven van mijn geest, want U maakt mij gezond en geneest mij.
17
Zie, wat zo bijzonder bitter voor mij was, diende tot vrede. U was zo aan mijn ziel verknocht, dat U mij redde uit de graf kuil van het verderf, want U hebt al mijn zonden achter uw rug geworpen.
18
Want het dodenrijk zal U niet danken, de dood zal U niet loven. Wie in de put neerdalen, zullen niet uitzien naar uw trouw.
19
De levende, de levende, die zal U danken, zoals ik vandaag doe. De vader zal aan zijn zonen uw trouw bekend maken.’ ”
20
“De HEERE kwam om mij te redden. Daarom zullen wij alle dagen van ons leven mijn snarenspel doen klinken in het Huis van de HEERE.”
21
Jesaja had gezegd: “Laat men een klomp vijgen nemen en die over de zweer wrijven, dan zal hij genezen.”
22
Hizkia had gezegd: “Wat is het teken dat ik weer zal opgaan naar het Huis van de HEERE?”
← Chapter 37
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 39 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66