bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Isaiah 50
Isaiah 50
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 49
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 51 →
1
“Zo zegt de HEERE: ‘Waar is de scheidbrief van je moeder, waarmee Ik haar heb weggezonden? Of aan wie van mijn schuldeisers heb Ik jullie verkocht? Zie, om jullie ongerechtigheden zijn jullie verkocht en om jullie overtredingen is jullie moeder weggezonden.
2
Waarom kwam Ik en was er niemand, waarom riep Ik en gaf niemand antwoord? Is mijn hand dan tekort om los te kopen, of is er in Mij geen kracht om te verlossen? Zie, door mijn dreigen leg Ik de zee droog, de rivieren verander Ik in een woestijn, zodat haar vis sen gaan stinken, omdat er geen water meer is, en zij van dorst sterven.
3
Ik dompel de hemelen in rouw en geef hun een rouw zak als mantel.’ ”
4
“Mijn Heer, de HEERE, heeft Mij een geoefende tong gegeven, opdat Ik wie moe is met een woord kan opbeuren. Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor, opdat Ik als een leerling luister.
5
Mijn Heer, de HEERE, heeft Mij het oor geopend en Ik ben niet weerspannig geweest, Ik ben niet teruggedeinsd.
6
Ik gaf mijn rug aan wie Mij sloegen en mijn wangen aan wie mijn baard uitrukten. Mijn gezicht heb Ik niet verborgen voor smaad en bespuwing.
7
Want mijn Heer, de HEERE, helpt Mij, daarom word Ik niet te schande, daarom heb Ik mijn gezicht als een keisteen gemaakt, want Ik weet, dat Ik niet beschaamd zal worden.
8
Hij die Mij rechtvaardigt, is nabij! Wie zal een rechtsgeding met Mij aangaan? Laten wij dan samen opstaan! Laat wie een rechtszaak tegen Mij heeft, naar Mij toe komen.
9
Zie, mijn Heer, de HEERE, helpt Mij! Wie zal Mij schuldig verklaren? Zie, zij allen zullen als een kleed verslijten, de mot zal hen opvreten.”
10
“Wie onder jullie vreest de HEERE, wie luistert naar de stem van zijn Dienaar? Wanneer hij in duisternis wandelt en geen licht heeft, laat hij dan vertrouwen op de Naam van de HEERE en steunen op zijn GOD.
11
Zie, jullie allen steken een vuur aan, jullie omgorden je zelf met brandbare pijlen. Wandel dan maar bij het licht van jullie vuur en bij de vurige pijlen die jullie aangestoken hebben. Dit overkomt jullie door mijn hand, met pijn zullen jullie daar liggen.”
← Chapter 49
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 51 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66